Schijnzelfstandigheid in Limburg: weinig controles, maar hoge naheffingen

 

Limburg – De RSZ-inspectie stelde de voorbije vijf jaar in Limburg 85 gevallen van schijnzelfstandigheid vast, goed voor €1,28 miljoen aan voorgestelde regularisaties. Dat is het derde hoogste bedrag van het land, hoewel Limburg het laagste aantal vaststellingen van alle Vlaamse provincies telt. Gerichte controles op het statuut zijn in Limburg zeldzaam: gemiddeld zeven per jaar. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Sociale Fraudebestrijding Rob Beenders op een schriftelijke vraag van Kamerlid Steven Matheï (cd&v).

Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer iemand officieel als zelfstandige werkt, maar in de praktijk onder gezag staat zoals een werknemer. De betrokkene bouwt zo minder sociale bescherming op, en ondernemingen die de regels volgen, krijgen te maken met oneerlijke concurrentie.

Het gaat om een kleine groep. Limburg telde eind 2024 een recordaantal van 101.422 zelfstandigen. Daartegenover staan gemiddeld 17 vastgestelde gevallen van schijnzelfstandigheid per jaar, ongeveer één op de 6.000. De overgrote meerderheid van de Limburgse zelfstandigen onderneemt eerlijk en bewust. Bij schijnzelfstandigheid ligt de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de opdrachtgever die het statuut misbruikt; de schijnzelfstandige zelf is vaak het slachtoffer.

 
 

De Limburgse cijfers

Jaar Vastgestelde Onderzoeken naar Waarvan van bij Voorgestelde
gevallen het statuut de start gericht regularisatie

2021 11 16 6 €3.183
2022 16 21 8 €70.534
2023 25 35 9 €636.702
2024 21 30 5 €499.357
2025 12 16 8 €65.893

Totaal 85 118 36 €1.275.688

 
 

Limburg telt 5 % van alle vaststellingen in België (85 op 1.657). Antwerpen telt er 300, West-Vlaanderen 242, Oost-Vlaanderen 172 en Vlaams-Brabant 128.

  • Het gemiddelde voorgestelde bedrag per geval ligt in Limburg op ongeveer €15.000, tegenover ongeveer €8.500 nationaal.

  • Na een piek van 25 gevallen in 2023 daalde het aantal vaststellingen naar 12 in 2025.

  • De meeste vaststellingen gebeurden in de bouw (34 van de 73 in 2021-2024), gevolgd door horeca (18) en transport (8).

Gerichte controles op verdachte dossiers zijn meestal raak

Wanneer de inspectie van bij de start het statuut onderzoekt in een dossier waar aanwijzingen zijn, stelt ze in Limburg in 80,6 % van de gevallen schijnzelfstandigheid vast. Dat percentage zegt niets over zelfstandigen in het algemeen, maar toont wel dat de inspectie haar pijlen goed richt. Toch gebeurden in Limburg in vijf jaar slechts 36 zulke gerichte onderzoeken.

Het Actieplan Sociale Fraudebestrijding 2026-2027 voorziet nationaal 100 gerichte onderzoeken per jaar, voor de RSZ en het RSVZ samen. De RSZ-inspectie alleen deed er de voorbije vijf jaar al gemiddeld 110 per jaar. Op de vraag of er extra controles komen in provincies met meer vaststellingen, gaf de minister geen antwoord.

"In Limburg gaat het om weinig dossiers, maar wel om grote bedragen. En wanneer de inspectie gericht controleert, is het bijna altijd raak. Dan moeten er meer gerichte controles komen, niet even veel", zegt Steven Matheï. "Een Limburgse bouwondernemer die alle bijdragen correct betaalt, mag niet worden weggeconcurreerd door een opdrachtgever die werknemers als zelfstandige laat werken."

Wat Matheï vraagt

  1. Een hoger streefcijfer dan 100 gerichte onderzoeken per jaar.

  2. Een verdeling van die onderzoeken op basis van een risicoanalyse per sector en regio, zodat ook Limburg zijn deel krijgt.

  3. Cijfers over wat effectief wordt nagevorderd en geïnd, niet enkel over wat de inspectie voorstelt.

  4. Een timing voor de evaluatie van de sectorspecifieke criteria van de Arbeidsrelatiewet.

"Het overgrote deel van onze Limburgse zelfstandigen onderneemt eerlijk en verdient alle steun. Net hen beschermen we door misbruik aan te pakken. Wie als zelfstandige onderneemt, moet alle vrijheid krijgen. Maar wie in werkelijkheid als werknemer werkt, moet ook de bescherming krijgen die daarbij hoort", besluit Matheï.

 
Annette Kelchtermans